|
|
Ruimtelijk werk
De galerie heeft ook veel ruimtelijk werk in de collectie. Brons sculpturen van gerenommeerde beeld-
houwers, zeer betaalbaar keramiek van unieke kunstenaars, soms afkomstig uit het buitenland.
Bovendien zorgt onze grote interesse voor glas ervoor dat er ook mooi werk van glaskunstenaars te
bewonderen is in onze galerie.
Samen met de kunstenaars kunnen wij inspelen op wensen en ideeën.
|
|
|
|
Edith Benedictus (1952)
De ervaring die zij bij een ontmoeting heeft, is altijd de inspiratiebron. Ze ervaart de mens als heel sterk (steen) èn kwetsbaar (klei), in dat sterk-zijn en kwetsbaar-zijn ontmoeten wij elkaar en onze omgeving.
Langzamerhand werd alle communicatie transparanter voor haar. Zo is ze glas gaan toevoegen aan haar werk. De transparantie spreekt voor zich. Hoe transparanter de communicatie des te kleurrijker en intenser de beleving.
|
|
|
|
Lolke van der Bij (1949)
Friese Lolke maakt driedimensionaal werk vooral in roestvaststaal, materiaal waarmee de kunstenaar zijn
bewogenheid en gevoelens vorm geeft. Thema's als spanning, beweging, en communicatie spelen
een belangrijke rol in zijn werk.
Samen met Lolke hebben wij ook projecten op maat gerealiseerd. Op de begraafplaats bij de
Bartholomeuskerk (Poeldijk) is na de herinrichting van het terrein een imposant beeld 'Omarming' geplaatst.
|
|
|
|
Anke Birnie (1943)
Haar bronzen sculpturen zijn een verstilde verbeelding van het natuurlijke element 'lucht' gecombineerd
met het menselijk element 'beweging'. Ieder werk straalt zekerheid en vertrouwen uit. Het karakter van
het beeld is rotsvast en tegelijkertijd wervelend. Lange ledematen en de wapperende kleding dragen hier
in belangrijke mate aan bij.
Anke werkt ook met aluminium, cortenstaal en RVS.
|
|
|
|
Thea Blok (1950)
Haar keramiek sculpturen tonen de mens in zijn meest pure en natuurlijke uitstraling.
Ze laat zich bij de opbouw van haar keramiekbeelden vooral leiden door wat ze voelt en ziet.
Kenmerkend zijn de eenvoudige, vaak monumentale, vormen met daarin de fijne lijnen van
realistische koppen, gevat in klei en het gebruik van sobere glazuren.
De beelden van Thea behoren tot de top in figuratief werk.
|
|
|
|
JeanMarianne Bremers
Sinds 1980 maken Jean en Marianne gezamenlijk bronzen kunstwerken. De basis hiervoor is
gelegd tijdens studies aan diverse kunstacademies. De abstracte en "stilstaande" beelden,
die in de beginjaren gevormd werden, hebben plaats gemaakt voor levendige kunstwerken. Of het
nu een enkelvoudig beeld is, of een samenhangende groep, de souplesse van de beeldhouwers is
in elke detail van hun prachtige werk terug te vinden
|
|
|
|
Rene Claassen (1954)
De objecten van René Claassen wekken een materiaal- illusie op. Bij het aanschouwen lijkt het
van roestige metaaldraden aan elkaar gesmeed te zijn, doch het zien bedriegt, want alles is van
mdf-hout gezaagd en geschuurd. Waardoor het geheel heel bijzonder wordt. Op zijn reizen naar Afrika
is hij gefascineerd door de lokale bevolking. Het levert werk met een geheel eigen signatuur.
Telkens weer anders en verassend.
|
|
|
|
Margriet van Engelen (1949)
Margriet creëert uitzonderlijke fragiele, transparante beelden en reliëfs opgebouwd uit
iets dat lijkt op een weefsel van papier en draad waaruit langzaam een voorstelling opdoemt.
Ze kiest voor het gebruik van harde en zachte materialen, zoals metaaldraad in combinatie
met papier of schildersdoek, waardoor er krachtige beelden ontstaan, met een kwetsbare
uitstraling.
|
|
|
|
Sjer Jacobs (1963)
Deze veelzijdige kunstenaar maakt beelden in keramiek, brons, ijzer, cortenstaal, koper,
glas en steen, schilderijen op doek en rvs-plaat, draadfiguren, stalen en ijzeren panelen
en zeefdrukken. Bedenk het maar. In al zijn werk gaat het over mensen. Kunst moet, in zijn
opvatting, als het even kan, emotie oproepen. Ze moet in staat zijn zelf haar verhaal te
vertellen en geen toelichting nodig hebben.
|
|
|
|
Lia Koster (1958)
Studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Utrecht en werkte met Bernard Heessen
en later ook met Richard Price. Naast de sculpturale glasobjecten maakt ze glasstukken die
meer in de traditie liggen van het glasblazen. Schaal-, bol- en vaasvormen die niet per se
bedoeld zijn om iets in te doen maar die een herkenbare vorm met een gevoelig kleurenpalet
combineren. Lia maakt ook monumentale objecten met glas-in-lood.
|
|
|
|
Louis Larooij (1947)
Na de Rietveld Academie begon Larooij als glasdecorateur in de etalage branche.
Hiermee deed hij ervaring op in de diverse technieken van de glaskunst. Zijn glasapplicaties sieren
inmiddels veel particuliere en openbare gebouwen.
|
|
|
|
Ioan Nemtoi (1964)
'Curves'symboliseren de nooit eindigende bewegingen in een mensenleven en de natuur. Lagen helder
kristalglas bedekken de rode of blauwe basis van de kunstwerken die individueel of met elkaar
een object vormen dat de toeschouwer altijd zal blijven boeien.
|
|
|
|
Rita de Nigris (1964)
De vaak groteske vormen hebben aan de buitenzijde een gelijkmatige, zachte textuur die als basis
dient voor fictieve gestalten. De vormen die deze gestalten, koppen, dragen, vervaardigd door haar
echtgenoot verlenen een beweeglijke veelzijdigheid aan keramiekobjecten die niets met een pot of vaas
van doen hebben en de aandacht van de beschouwer direct weet te vangen.
|
|
|
|
Natascha Rieter (1948)
Haar werken variëren van monumentale sculpturen, kleischilderijen, reliëfs tot kleiplastieken voor binnen
en buiten. Haar jarenlange ervaring garandeert technisch volmaakte werken met een grote mate van een
vaak eigenzinnige originaliteit en een kleurrijke humor of verstillende melancholie.
|
|
|
|
Sjaak Smetsers (1954)
Eenmaal gezien betekent nooit meer vergeten. Zijn levensreis brengt fantasiefiguren die menselijke en
dierlijke kenmerken verenigen. Beelden die ontstaan zijn uit toelating van zijn innerlijke wereld. De grote
man laat het kind toe. Zijn mens-dier-figuren zitten vol humor. Twee gezichten, goed en kwaad.
Donker en licht. Deze ethische geladenheid is het morele fundament en de basis van zijn werk.
|
|
|
|
Tom Smetsers (1982)
Ondanks waarschuwingen van vader Sjaak 'dit is niet gemakkelijk' werd hij toch beeldend kunstenaar.
Organische vormen van harde materialen zijn de thema’s in Tom's werk. De schelpvormen die hij tijdens
de tochten over de Zuid-Chinese zee ziet zijn de grote inspiratiebron. Het levert prachtige oervormen
die in gepatineerd koper en glas onmiskenbaar zijn eigen handschrift zijn geworden.
|
|
|
|
Frans van Straaten (1963)
Van Straaten zou je een evenwichtskunstenaar kunnen noemen, op zoek naar een harmonie tussen
krachten en bewegingen, ten opzichte van de ruimte. Hij werkt bij voorkeur in brons. Zijn inspiratie
haalt hij ondermeer uit de danskunst. Maar ook de kunsthistorie speelt een inhoudelijke rol, zoals
die van de oude Egyptenaren, waar de vormen strak en monumentaal zijn en de detaillering
geperfectioneerd is.
|
|
|
|
Olaf Stevens (1954)
De objecten die Olaf Stevens maakt lijken vrolijk en ongecompliceerd, met hun kleurrijke versieringen
in de vorm van pictogrammen en tekeningen. Maar hier bedriegt de schijn: Stevens laat niets aan
het toeval over. Als perfectionist streeft hij naar harmonie en universele schoonheid. Hij blies
de eeuwenoude en zeer bewerkelijke Zweedse graal-techniek nieuw leven in om zijn mooie grafische
kleurpatronen in het glas aan te brengen.
|
|
|
|
Gerald Vatrin (1977)
Alvorens de ‘Grand Prix’ van het kunstambacht van de stad Parijs in ontvangst te kunnen nemen
had Vatrin al een lange reeks opleidingservaringen achter de rug. Geboren in Nancy, stad van de
Art Nouveau weet hij die traditie in zijn geboortestad voort te zetten. Met engelengeduld graveert
Gerald de mooiste motieven in gematteerde glasballons.
|
|
|
|
Martha Waijop (1945)
Het sculpturale denken staat in de benadering van Martha steeds voorop. Zij maakt beelden die van
alle kanten bekeken willen worden en die de kijker de indruk geven dat het onderscheid tussen voor-
en achterkant grotendeels is weggevallen. De beelden krijgen daardoor letterlijk nieuwe dimensies,
invullingen en betekenissen. De beeldhouwster creeert niet alleen beelden maar aan de hand van die
beelden verruimt zij je blik.
|
|
|
|
Pavel Zamikovski (1950)
Aardgebonden en een warme kleurvormgeving maken zijn objecten heel bijzonder. Ze zijn zonder enig doel
of toepassingsidee ontworpen. Het zijn versteende sculpturen van klei die zoals vaak geconcentreerde
aandacht verlangen. Groot vakmanschap en originele technieken maken dat elk werkstuk van Pavel weer
een nieuwe beleving veroorzaakt.
|
|
|
|
Greeth Zwering (1946)
Ondanks alle moderne apparatuur werkt ze volgens de oude traditie van het beeldhouwen. Hoewel ze een
zeer eigen stijl heeft, heeft het traditionele hakken veel invloed gehad op haar manier van denken,
kijken en werken. De abstracte beelden hebben niets kenmerkends in zich, het zijn vormen met glooiende
bewegingen die voortgang uitdrukken. De inspiratie voor haar werken vindt zij meestal in de natuur.
|
|